Baarmoeder

Baarmoeder

De medische benaming van baarmoeder is uterus. Het heeft de vorm van een peer en ligt op de middenlijn. Het ligt in het zgn. kleine bekken en zit vast aan het bekken met banden van bindweefsel (ligamenten). 
De baarmoeder heeft een dikke wand en bestaat uit verschillende delen. Het bovenste deel (de fundus) is zo’n 5cm breed, is koepelvormig en de eileiders monden hierin uit aan weerszijden. Naar beneden verlopend versmalt het (corpus) en komt uit in het onderste segment (de cervix ofwel baarmoederhals). De cervix mondt uit in de baarmoedermond ofwel de portio vaginalis. Die stulpt uit in de vagina. Dit bij elkaar geeft de baarmoeder een lengte van ongeveer 8 tot 10cm. 
De baarmoeder is de plek waar een bevrucht eitje zich in een verdikt en door het lichaam klaargemaakt baarmoederslijmvlies kan nestelen. Daar ontwikkelt zich de foetus
De wand van de baarmoeder bestaat uit verschillende lagen met zowel spierweefsel (myometrium) als slijmweefsel (endometrium). Het gedeelte met slijmweefsel is variërend in grootte. Elke cyclus wordt een deel hiervan afgebroken (menstruatie) en weer opgebouwd in de volgende cyclus. De spierlaag is met name nodig om aan het einde van de zwangerschap het kind geboren te kunnen laten worden, met hevige samentrekkingen (weeën).