Eicel

Eicel

Een eicel oftewel een oöcyt wordt gevormd bij de vrouwelijke foetus. Eicellen ontstaan uit zogenaamde oögonia, een voorstadium van eicel en follikel en zullen zich nog verder ontwikkelen. 
Deze oögonia vermeerderen zich tot zelfs miljoenen tot ongeveer de zevende maand van de zwangerschap. In die cellen zit dan nog een dubbel chromosomenpaar. Er zal vervolgens een reductiedeling plaats vinden. Dit houdt in dat deze specifieke cel met een dubbel chromosomenpaar zich splitst naar een cel met een enkel chromosomenpaar (haploïde cel). 
Dit maakt de eicel uniek: een eicel bevat 23 chromosomen, elke andere cel in het lichaam bevat 46 chromosomen (23 paren). Zo kan de eicel ooit bevrucht worden door een spermacel die ook de helft van de normale chromosomen bevat. 
Tot vlak voor de ovulatie blijven de eicellen verder in rust, als (primordiale) follikel. Tijdens het leven van de vrouw komen er zo’n 400 eicellen tot ovulatie en dus klaar om bevrucht te worden.