Anticonceptie

anticonceptie

Anticonceptie betekent “tegen"-conceptie, het voorkómen van bevruchting en dus van zwangerschap. Het wordt ook wel gebruikt als een verzamelnaam voor methoden en middelen om de conceptie ofwel bevruchting tegen te gaan. Naast anticonceptie wordt ook het woord anticonceptiva of contraceptiva gebruikt, anticonceptiemethode of anticonceptionele middelen en voorbehoedsmiddelen.

Het feit dat het een verzamelnaam is, geeft al aan dat er veel verschillende manieren zijn, maar wel met wisselende mate van betrouwbaarheid. 

Toegepaste methoden zijn onder andere: 

  • Barrièremiddelen, zoals het condoom (peniscondoom), het vrouwencondoom, een pessarium
  • Orale anticonceptiva, in de volksmond ‘de pil’, die je dagelijks bij voorkeur op een vast tijdstip slikt
  • Andere hormonale anticonceptiva, zoals hormoonspiraal, implantatiestaafje, pleister, prikpil en vaginale ring
  • Sterilisatie van man of vrouw, een vorm van definitieve anticonceptie 
  • Natuurlijke methoden: lactatieamenorroemethode (LAM), natuurlijke methoden zoals periodieke onthouding, in de volksmond ‘de kalendermethode’, onvolledige coitus en sympto-thermale methode.
  • Nood-anticonceptie, zoals de morning-afterpil