Zaadcellen

Rijpe zaadcellen worden ook wel spermatozoa genoemd.

De ontwikkeling van de zaadcellen vindt plaats in de testisbuisjes (tubuli seminiferi) van de testikels. Hier worden stamcellen door diverse delingen uiteindelijk zaadcellen met slechts de helft van het aantal chromosomen. In tegenstelling tot bij de vrouw (en de ontwikkeling van de eicellen) vindt bij de man deze ontwikkeling van zaadcellen continu plaats. In een voorstadium van de zaadcel vindt tijdens een bijzondere deling halvering plaats van het erfelijk materiaal. In het materiaal bevindt zich een X- of een Y-chromosoom met daarnaast nog 22 chromosomen (totaal 23 chromosomen). De zaadcel wordt hiermee een zgn. haploide cel en bevat net als een eicel de helft van het normale aantal chromosomen. 

Daarna vindt er een transformatie plaats tot een zaadcel met zijn karakteristieke vorm en functie. De zaadcel bestaat uit een kop, een middenstuk en de staart. De kop bevat het erfelijk materiaal, het middelste gedeelte is met name voor de energielevering door mitochondriën en de staart is van belang voor het voortbewegen. Een groot deel van de kop wordt gevormd door een kopkap (acrosoom). De kopkap is nodig om een eicel binnen te kunnen dringen tijdens het proces van de bevruchting

Deze zaadcellen worden opgeslagen in de bijbal en rijpen daar verder gedurende een tot twee weken voor onder meer de verdere ontwikkeling van de kopkap, om in staat te zijn een eicel te bevruchten. Vanuit de bijbal worden ze tijdens een ejaculatie geloosd met het sperma